Berichten

Wi-Fi in 5 GHz-band groeit, 2.4 GHz nog overbelast

Het gebruik van Wi-Fi in de 5 GHz band is sinds 2014 verdrievoudigd, concludeert het Agentschap Telecom. Steeds meer routers worden vervangen door modernere en snellere versies, blijkt uit een onderzoek dat STRICT en FIGO in opdracht van Agentschap Telecom hebben uitgevoerd. Er is een duidelijke verschuiving van access points (APs) van de 2.4 GHz naar de 5 GHz band. Tussen 2014 en 2017 is het gemiddeld aantal APs gemeten in de hogere band toegenomen met ongeveer 200 procent.

Voor het onderzoek in 2014 is op 183 plekken in Nederland gekeken hoeveel netwerken er waren. Daarbij is ook getest hoeveel hoeveel data er verstuurd kon worden via Wi-Fi en of er een goede verbinding kon worden opgebouwd. Deze 183 locaties zijn opnieuw bezocht. Het aantal meetpunten en meetmomenten wordt de komende jaren uitgebreid.

In de 5 GHz band is nog voldoende capaciteit voor snellere verbindingen en meer gebruikers, terwijl de 2.4 GHz-band veel last heeft van congestie en storing bij de buren. Uit het onderzoek in 2014 bleek dat er zeker in de steden veel congestie is in 2.4 GHz. De overbelasting in stedelijk gebied is verder toegenomen.

Het AT adviseerde breedbandaanbieders in 2014 om de hogere Wi-Fi band meer te gebruiken. De aanbieders van vast internet leveren nu moderne routers bij een abonnement dan drie jaar geleden en werken meer met automatische configuraties en beheer op afstand. Verder staat de techniek ook niet stil. Nieuwere Wi-Fi standaarden werken ook efficiënter in de 2.4 GHz-band.

Het aantal gebruikers stabiliseert
Het aantal apparaten in een huishouden dat verbonden is met Wi-Fi, zoals smartphone, slimme thermostaat of smart speaker, stijgt niet langer. In het najaar van 2017 gaf 59 procent van de Nederlanders aan tussen de vier en tien apparaten in huis te hebben. Dat is net zoveel als in de zomer van 2016, aldus onderzoek van Telecompaper op basis van Consumer Insights.

Bron: Telecompaper

Aantal Wi-Fi apparaten per huishouden groeit niet meer

Het aantal apparaten in een huishouden dat verbonden is met Wi-Fi, zoals een smartphone, slimme thermostaat of smart speaker, stijgt niet langer. In het najaar van 2017 gaf 59 procent van de Nederlanders aan tussen de vier en tien apparaten in huis te hebben. Dat is net zoveel als in de zomer van 2016, aldus onderzoek van Telecompaper op basis van Consumer Insights.

Er is een combinatie van ontwikkelingen die mogelijk de reden zijn voor stabiliteit in het aantal Wi-Fi devices per huishouden in het afgelopen jaar. Steeds meer apparaten worden ‘connected’, naast de traditionele devices zoals laptop, tablet en smartphone. Tv’s bijvoorbeeld, maar ook ‘smart’ huishoudelijke apparaten, thermostaten en verlichting. De groei in het bezit van apparaten als tablets en smartphones is de afgelopen jaren door verzadiging echter vertraagd.

Daarnaast worden apparaten met een langere levensduur dan smartphones en laptops – zoals bovengenoemde tv’s, lampen en devices voor huishoudelijk gebruik – pas vervangen als ze kapot gaan. Daarbij moet de ‘connected’ variant wel enigszins betaalbaar zijn. Verder komt het smart home-concept pas langzaam op gang, zo blijkt uit onderzoek van Telecompaper in het volgende week te publiceren Smart Home-rapport.

Gezinnen met kinderen meeste Wi-Fi apparaten
Het gemiddeld aantal Wi-Fi apparaten per huishouden bedraagt vijf, zo blijkt uit het Consumer Insights-panel. 6 procent van de Nederlandse bevolking heeft meer dan 10 Wi-Fi apparaten in zijn huishouden. Een huishouden zonder kinderen bezit gemiddeld vier apparaten met Wi-Fi. Gezinnen met kinderen hebben een gemiddelde van 6,4 Wi-Fi apparaten.

Hoe meer men verdient, des te meer Wi-Fi apparaten men in huis heeft. Zo heeft 51 procent van de huishoudens met minder dan modaal (< € 30.000) ‘slechts’ 1-3 apparaten met Wi-Fi in bezit. 7 procent van de huishoudens met meer dan 2 keer modaal (> € 80.000) heeft ditzelfde aantal apparaten.

Bron: Telecompaper